Kerstboomworm

Dan sta je wel even raar te kijken. Heb je net van je overleden oma een antiek dressoir geërfd, desintegreert het voor je ogen …

Je trekt aan een deurtje. In plaats van te schanieren, laat het los uit zijn sponning. Een lade openschuiven was ook geen goed plan. Nu sta je met een hoopje vermolmd tropisch hardhout in je handen. Over ‘hard’ hout gesproken!

Wat is hier aan de hand? Gaat het hier om een afrekening van grootmoeder jegens haar kleinkind? Is dit de zoete wraak van een bejaarde vrouw die in haar laatste levensjaren op bar weinig familiebezoekjes meer kon rekenen en derhalve een listig slotakkoord verzon voor haar nagelacht? Bouwde ze in de nachtelijke uurtjes haar eeuwenoude buffetkast om tot de doos van Pandora? 

Nee.

Dit is het destructieve werk van houtwormen!

Beter gezegd; de larven van houtwormkevers. De term houtworm is namelijk een verzamelnaam voor verschillende soorten houtborende kevers.

Volwassen houtwormkevers zijn in geen velden of wegen te bekennen in oma’s erfstuk, maar hun larfjes des te meer! Zij hebben het houtwerk totaal aan gort geboord. Niet voor de fun, maar om van te groeien. Hout bestaat voor het leeuwendeel uit cellulose; een onafbreekbaar goedje voor de mens, maar de perfecte brandstof voor houtwormkeverlarven. Zij groeien er als kool op! Met alle gevolgen van dien.

Naast de houtworm bestaat er ook nog de kerstboomworm Spirobranchus giganteus.

Dit is geen neefje van de houtworm. Geen verwend keverlarfje dat alleen maar kerstbomenhout blieft! Nee, we hoeven ons geen zorgen te maken dat onze versierde kerstboom plotsklaps capituleert omdat hij bij de stam wordt weggevreten door kerstboomwormen!

In tegenstelling tot houtwormen zijn kerstboomwormen echte wormen. Maritieme wormen welteverstaan. Ze leven in warme, ondiepe zeeën. Uiteraard heeft de kerstboomworm zijn naam niet voor niets gekregen. Hij vreet dan wel geen kerstbomen, maar lijkt er wel degelijk op. Althans gedeeltelijk.

De larven van de kerstboomworm dwarrelen in eerste instantie in het open water van het rif om uiteindelijk neer te dalen op koraalformaties. Afhankelijk van de hardheid van het koraal, zijn er dan twee scenario’s die zich kunnen voltrekken. Als het koraal steenhard is, hecht het larfje zich doodleuk vast aan de buitenkant van het koraal. Koraal vindt dit knap vervelend en begint na verloop van tijd de ongenode gast te overwoekeren; het larfje wordt ingekapseld. Bij minder rigide koraal, gaat het larfje direct over tot actie en boort het zich een weg het koraal in. In beide gevallen zit de larve precies waar hij wil zijn. Veilig in het koraal.

Eenmaal in het koraal, begint het larfje kalk af te zetten. Kalk dat aan het oceaanwater onttrokken wordt. Er vormt zich dan een kokertje, een soort schuttersputje. Dit schuilplaatsje kan zelfs worden afgesloten met een putdekseltje. Op dit putdekseltje zitten aan de buitenkant vlijmscherpe stekeltjes om predators af te schrikken. Uiteindelijk kan het babykerstboomwormpje tot volwassendom uitgroeien met een lengte en dikte van 8 respectievelijk 1 centimeter.

Uiteraard kan een kerstboomworm van de liefde alleen niet leven; er zal brood op de plank moeten komen. Bovendien heeft hij zich ingegraven in een letterlijk verstikkend tunneltje. Dus ook voor zuurstof moet hij zijn holletje zo nu en dan verlaten.

Dat verlaten van zijn tunneltje doet hij dan ook. Echter gedeeltelijk. Als hij zijn putdekseltje wegschuift, floepen er twee op dennenboompjes gelijkende structuren naar buiten. Deze opvallende spiraalvormige tentakelkronen zijn betoverend blauw, oranje, geel, wit of roze gekleurd. Het lijken wel kerstboompjes! Vandaar …

Met deze pluimen vangt hij algen en andere micro-organismen uit het oceaanwater. Bovendien vervullen ze de functie als een soort van kieuwen om zuurstof op te nemen. Op de pluimharen zitten minuscule trilharen die enerzijds voedselpartikeltjes richting zijn bek transporteren en anderzijds stontdeeltjes uit zijn vestinkje verwijderen, dit laatste om te voorkomen dat zijn huis een beerput wordt. 

Als er gevaar dreigt, slurpt hij zijn parasolletjes in een fractie van een seconde naar binnen en wordt het putdekseltje weer voor de ingang geschoven! Mocht een rover het kerstboomwormpje toch te snel af zijn, is er geen man overboord. Zoals je bij sommige broeken de pijpen kunt afscheuren, geldt dat ook voor de ‘kerstboompjes’ van het wormpje. Deze mag een roofdier wel beroeren; het scheurt namelijk gedeeltelijk af en groeit in de loop van de tijd weer aan.  

Kerstboomwormen zijn uitermate honkvast; ze maken geen wooncarrière. Ze vertoeven hun hele leven lang in hun zelfgemetselde bunkertjes. En dat leven kan lang duren, decennia. Als ze eenmaal gaan hemelen, wordt het lege kokertje direct hergebruikt door andere rifbewoners. De voormalige kerstboomwormresidenties worden uitermate hoog gewaardeerd!