header image
 

Geschiedenis

De geschiedenis van Sint Maarten is boeiend. Miljoenen jaren was het eiland onbewoond en alleen het domein van planten en dieren. Ongeveer 500 jaar voor Christus kwam daar abrupt een einde aan. De indianen van Zuid- en Midden-Amerika zetten voet aan wal op het paradijselijke eiland. Zij konden daar bijna 2000 jaar in alle rust leven. Totdat Christopher Columbus het eiland ontdekte. Dat was het begin van de kolonisatie van de Nieuwe Wereld door de Europeanen en het einde van de indianen op de Caribische eilanden, waaronder Sint Maarten. In de honderden jaren die daarop volgden, verwisselde Sint Maarten ontelbaar vaak van eigenaar. Het was stuivertje wisselen tussen de Spanjaarden, Nederlanders, Fransen en Engelsen.

columbus-1630299_1280

Spanjaarden

Op 11 november 1493 ontdekte Christopher Columbus het eiland tijdens zijn tweede reis naar de Nieuwe Wereld en noemde het Isla de San Martin. Naar alle waarschijnlijkheid zette de beroemdste ontdekkingsreiziger allertijde geen voet op Sint Maarten, maar zeilde hij alleen maar langs het Caribische eiland heen. Het feit dat Columbus het eiland op 11 november voor het eerst waarnam leidde ook tot de naam Sint Maarten. 11 november is namelijk de naamdag van de heilige Sint Martinus van Tours oftewel Sint Maarten.

In eerste instantie lieten de Spanjaarden Sint Maarten links liggen en stichtten er geen kolonie. Op papier behoorde Sint Maarten dus toe aan de Spanjaarden, maar ze lieten het eiland links liggen. Columbus noemde Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius nutteloze eilanden (islas inutiles). Zo was er geen goud te delven.

De Spanjaarden hebben in de loop van de tijd Sint Maarten vaak verloren aan de Fransen, Nederlanders en Engelsen. Echter, telkens werd het eiland weer terugveroverd. Uiteindelijk hebben de Spanjaarden de rechten op het eiland opgegeven en zijn ze vertrokken. Over de reden waarom ze dat gedaan hebben bestaat onder de historici geen consensus. Zo wordt er beweerd dat zij zijn gezwicht door de internationale druk. Andere bronnen vermelden dat het voor de Spanjaarden te duur werd om het eiland te bezetten, ze waren niet meer in staat om soldij te betalen aan de soldaten. Ook het gebrek aan voedsel en water kan een rol gespeeld hebben.

Fransen, Nederlanders en Engelsen

In 1629 zetten de eerste Franse kolonisten voet aan wal op Sint Maarten. Toen Jan van Campen namens Nederland in 1631 voet aan wal zette op Sint Maarten bij Little Bay waren er geen bewoners meer op het eiland. De Spanjaarden waren daar verantwoordelijk voor. De zogenaamde indieros hadden alle indianen naar Hispaniola gebracht waar ze als slaven tewerk werden gesteld. Tussen de Nederlanders en de Fransen is het nooit echt tot een treffen gekomen. Door de Nederlandse Gouverneur van Sint Eustatius werden weliswaar soldaten naar Sint Maarten gestuurd, maar die hebben er nimmer gevochten.Van Campen vond het wel een goed idee om een fort op het eiland te bouwen om Sint Maarten te beschermen. Van Campen zag dat het op het eiland mogelijk was om zout te winnen. Bovendien was Sint Maarten in het bezit van een natuurlijke haven. Maar in die tijd afwisselend de Fransen, Nederlanders en de Engelsen de baas. In 1713 werd de situatie definitief op Sint Maarten.

Peter Stuyvesant

Peter Stuyvesant bestuurde de Nederlandse overzeese gebieden in de nieuwe wereld vanuit Nieuw Amsterdam, het huidige New York. In 1644 probeerde Stuyvesant Sint Maarten te heroveren op de Spanjaarden. Bij deze zeeslag verloor Stuyvesant zijn rechter been. Vanaf dat moment moest Stuyvesant zijn leven verder leiden met een kunstbeen. Het was wel een kunstbeen dat met zilver was beslagen. Stuyvesant moest in 1664 de Nederlandse bezittingen in Noord-Amerika noodgedwongen overdragen aan de Engelsen. Stuyvesant blies zijn laatste adem uit op 1672 in Manhattan.

Verdrag van Concordia

Op 23 maart 1648 tekenden de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Frankrijk het Verdrag van Concordia (Traité de Concordia, Treaty of Concordia) waarbij Sint Maarten verdeeld werd in een Nederlands en een Frans deel. In het verdrag stond dat er een grens moest worden bepaald. Daarnaast stond in het verdrag dat de Nederlanders en Fransen als vrienden en bondgenoten op het eiland moesten gaan leven. Voordat het Verdrag van Concordia in 1648 definitief werd, verwisselde het eiland tussen de twaalf en tweeëntwintig keer van eigenaar (afhankelijk van de bronnen die je raadpleegt). Het waren Nederland, Frankrijk, Spanje en Engeland die telkens stuivertje wisselden. Helaas is de officiële akte van het Verdrag van Concordia niet bewaard gebleven.

Philipsburg werd de hoofdstad van het Nederlandse deel en Marigot de hoofdstad van het Franse deel van het eiland. In de 17de eeuw werd op het eiland het geld voornamelijk verdiend met het telen van katoen en tabak en het delven van zout. Toen men ontdekte dat suikerriet prima groeide op het eiland werd er heel veel geld verdiend op Sint Maarten. Om het zware werk op de plantages te verrichten werden Afrikaanse slaven naar het eiland gebracht.

Het duurde echter tot 1817 dat het Verdrag van Concordia definitief was. Dat was bij de Vrede van Londen. Sint Maarten verwisselde voor die tijd ongeveer zestien keer van eigenaar. De Spanjaarden wilden het eiland namelijk weer heel graag in hun bezit hebben. De slavernij werd in 1863 afgeschaft. Vanaf dat moment verlieten veel voormalige slaven Sint Maarten. Echter, het werk op de plantages en in de zoutpannen moest worden voortgezet. Om dit zware werk te kunnen voortzetten, werden er arbeiders uit Azië en China naar het eiland gebracht. Dat is dan ook de reden dat heden ten dage er zo’n bijzondere mix van culturen op het eiland is te vinden.

Het valt op dat het Nederlandse deel van Sint Maarten kleiner is dan het Franse deel. Over hoe dat zo gekomen is, gaan verschillende theorieën de ronde. Het was de afspraak dat een Fransman en een Nederlander ieder langs een andere kant van Sint Maarten naar elkaar toe zouden lopen waarna de grens zou worden getrokken.

Het startpunt van de looproute was aan de oostkant van het eiland bij Oyster Pond. Vanaf hier werd naar de westkant van de eiland. De Nederlander liep via de zuidelijke kustroute naar de westkant. De Fransman liep via de noordelijke kustroute naar de westkant. De plek waar ze elkaar zouden ontmoeten, werd gemarkeerd als het andere grenspunt. Vanaf dit dit zou dan een denkbeeldige lijn worden getrokken naar het eerste grenspunt bij Oyster Pond. Op deze manier zou het eiland verdeeld zijn. Feit is dat de Nederlander minder ver is gekomen. Was hij dronken van de rum? Rum die de Fransen wellicht in zijn drinkfles hadden gedaan. Was hij in slaap gevallen? Had de Fransman een stuk van de route afgesneden? Niemand weet het.

Andere historici beweren dat de Nederlanders alleen maar in de zoutpannen waren geïnteresseerd. Deze zoutpannen lagen in het zuidelijke deel van het eiland. Bovendien hadden de Fransen op het moment van het verdrag een sterke vloot bij het eiland liggen. Derhalve namen de Nederlanders genoegen met een klein deel van Sint Maarten.

Land binnen het Koninkrijk der Nederlanden

In het kader van verregaande staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden werd op 2 november 2006 tussen Nederland, Sint Maarten en Curaçao een akkoord gesloten. Dit akkoord hield in dat Sint Maarten en Curaçao een status aparte verwierven binnen het Koninkrijk der Nederlanden, vergelijkbaar met de status aparte van Aruba. De Nederlandse Antillen zijn als land op 10 oktober 2010 opgeheven. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat sinds die datum uit vier autonome landen te weten: Nederland, Sint Maarten, Curaçao en Aruba. Waarbij Nederland bovendien nog uit twee delen bestaat: Europees Nederland en Caribisch Nederland. Onder Caribisch Nederland ressorteren de eilanden Saba, Sint Eustatius en Bonaire.

Overzeese gemeenschap

Het Franse deel van Sint Maarten viel van 1946 tot 2007 onder het departement Guadeloupe. Op 7 december 2003 werd bij referendum gekozen voor zelfbestuur en werd Saint Martin in 2007 een overzeese gemeenschap (collectivité d’outre-mer). Saint Martin is een onderdeel van de Europese Unie.

Zoutpannen

De Fransen en Nederlanders waren erg geïnteresseerd in het aanwezige zout, toentertijd het witte goud. Zout had in die tijd namelijk een zeer hoge waarde. Sint Maarten was op papier Spaans bezit, maar er woonden geen mensen op het eiland. Het was voor de Nederlanders dus een koud kunstje om het eiland in te pikken. De belangrijkste reden voor de Nederlanders om zich op Bonaire en Sint Maarten te vestigen, was de mogelijkheid tot zoutwinning op de eilanden. Het zout op Bonaire en Sint Maarten wordt gewonnen middels de zoutpannen. Het zoute water wordt ingedroogd waardoor het zout achterblijft. Op deze manier kan er maximaal gebruik worden gemaakt van de natuurlijke hulpbronnen.

De aanleiding van de Nederlanders om zout te gaan delven op onder andere Sint Maarten had te maken met de Spaanse koning Philips de Tweede. Hij verbood de zouthandel in het Caribische gebied. Dat was een doorn in het oog van de Nederlanders. Zij verdienden namelijk veel geld met de haringhandel. Hierbij hadden zij een grote behoefte aan zout. Daarnaast was het zout op de schepen om de bederfelijke scheepswaar te conserveren. Het zout lag bij de Great Salt Pond zo voor het opscheppen.

De zoutmeren (the salt ponds) bevinden zich in het zuiden van het eiland. De Spanjaarden duldden dit niet en verdreven de Fransen en Nederlanders van Sint Maarten af. De Spanjaarden capituleerden pas in 1644 en lieten toen hun rechten varen. De zoutpannen zijn tot 1949 in bedrijf geweest. Het zout werd hoofdzakelijk naar de Verenigde Staten geëxporteerd. Na die tijd werd er geen zout meer gewonnen en werden de bovendien de plantages gesloten.

Plantages

Naast het zout werd Sint Maarten ook interessant voor de verbouwing van suiker, een ander goedje waar kapitalen mee verdiend konden worden. In 1650 werden er op Sint Maarten verschillende kleine plantages aangelegd. Het gemiddelde oppervlakte van de plantages was 45 hectare. Op de plantages groeiden suikerriet, katoen en tabak. De suikerplantages werden in de 18de eeuw op Sint Maarten aangelegd. In eerste instantie werd het zware werk op de suikerplantages verricht door Afrikaanse slaven. De slaven moesten zaaien, wieden en oogsten. Nadat de slavernij halverwege de 19de eeuw werd afgeschaft, vertrokken veel arbeiders uit Azië naar Sint Maarten toe om dit werk te doen. Het feit dat heden ten dage een mix van culturen op het eiland leeft, vindt hier zijn oorsprong.

Met name suikerrietplantages deden het erg goed op Sint Maarten. Het suiker werd een belangrijk exportproduct voor het eiland. Dat was de tijd dat er veel Engelse gezinnen en hun slaven op het eiland terecht kwamen. In 1789 waren er op Sint Maarten 92 plantages. Op veel van deze plantages werden groentes en fruit verbouwd en werd er veeteelt bedreven. Daarnaast werd er op andere plantages suikerriet verbouwd. Ongeveer 70 plantage-eigenaren hadden een Engels-Amerikaanse afkomst. Dus op het eiland was een minderheid van Nederlandse plantage-eigenaren. Gedurende die tijd waren er ongeveer 1.100 blanken, 4230 slaven en 190 vrije zwarten op het eiland.

Aan het einde van de 18de eeuw wisselde Sint Maarten vaak van eigenaar. Met de handel in zout en suiker bleef het goed gaan tot het moment dat Frankrijk in 1848 de slavernij afschafte. Voor de slaven op het Nederlandse deel van het eiland was het nu heel gemakkelijk om naar het vrije Franse deel van Sint Maarten te vluchten. Daarnaast kwam er steeds meer concurrentie op de wereldmarkt. Als klap op de vuurpijl kwam er een eind aan de handel met de Verenigde Staten, toen daar in 1861 de Amerikaanse burgeroorlog uitbrak. Dit alles tezamen zorgde ervoor dat er mindere tijden op Sint Maarten uitbraken. Er ontstond veel armoede.

Veel mensen op Sint Maarten vertrokken in de eerste helft van de 20ste eeuw naar de Curaçao en Aruba om daar in de florerende olie-industrie aan het werk te gaan. Zij die daar geld verdienden, stuurden geld op naar de achterblijvers op Sint Maarten. Het economische herstel op Sint Maarten trad pas weer op ver na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het opbloeiende toerisme is uiteindelijk de belangrijkste economische motor van de economie geworden.

Slaven

Op Curaçao werden door de West-Indische Compagnie (WIC) slaven verhandeld. Een deel van deze slaven werd te werk gesteld op de eilanden van de Caribische archipel. Op Sint Maarten moesten de slaven onder andere meehelpen met het delven van het zout. Tussen 1630 en 1830 vervoerden de Nederlandse slavenschepen meer dan een half miljoen slaven tussen Afrika en de West Indies. Aan het einde van de 18de eeuw leefden er op Sint Maarten meer dan drieduizend slaven. De slavenhandel was uiterst lucratief. De Nederlanders moesten tussen 1740 en 1795 voor een slaaf ongeveer 130 gulden in Afrika betalen. Als deze slaaf in de West Indies werd afgeleverd, bracht hij ongeveer 313 gulden op. De Engelsen schaften de slavernij in 1834 af. De Fransen schaften de slavernij in 1848 af. De Nederlanders schaften de slavernij pas in 1863 af.

Toeristen

Van alle Nederlands getinte Caribisch eilanden is het toerisme het snelst tot bloei gekomen op Sint Maarten.